Vóór uw opname

  

Voorbereiding thuis

Tijdens uw opname in het ziekenhuis is het prettig als u zich zo min mogelijk zorgen hoeft te maken over de thuissituatie. U kunt hiervoor thuis vóór uw opname alvast voorbereidingen treffen. Denk aan het regelen van opvang voor uw kinderen en de verzorging van uw huisdieren, post en planten. Ook kunt u, als u na uw opname thuis hulp nodig denkt te hebben, alvast contact opnemen met de thuiszorg. Mocht u al gebruik maken van de thuiszorg, breng deze dan op de hoogte van uw opname.

 

Mogelijk heeft u thuis al vragen die u aan uw arts of verpleegkundige wilt stellen. Zet deze alvast op papier. Zo vergeet u ze niet en kunt u ze tijdens het opnamegesprek bespreken. Dit lijstje kunt u tijdens de opname verder aanvullen. Meer tips en adviezen voor in de spreekkamer vindt u in de brochure 'Gesprekswijzer'.

  

Opname annuleren

Soms kan een geplande opname, bijvoorbeeld door ziekte of om andere redenen, niet doorgaan. Mocht u onverwacht verhinderd zijn, neem dan zo snel mogelijk contact op met de betreffende polikliniek. U kunt dan afspraken maken over een nieuwe opnamedatum. In uw plaats kan een andere patiënt geholpen worden.


Ook kan het voorkomen dat uw onderzoek of behandeling door ons uitgesteld of verzet moet worden. Dit kan bijvoorbeeld komen, doordat behandelingen vóór u zijn uitgelopen, of als een spoedgeval voorrang heeft. Hoewel wij ons realiseren dat dit erg vervelend voor u is, hopen wij dat u hier begrip voor heeft.
  

Contactpersoon 

Tijdens het opnamegesprek vraagt de verpleegkundige wie uw contactpersoon is. Deze contactpersoon is het aanspreekpunt voor de medewerkers uit het ziekenhuis. Het is belangrijk dat deze contactpersoon bij gesprekken met de artsen aanwezig is. Hij kan familie, vrienden en kennissen informeren hoe het met u gaat. Het is handig vooraf thuis te bespreken wie uw contactpersoon is.

 

De verpleegkundige mag in verband met uw privacy telefonisch geen (medische) informatie over u doorgeven aan de contactpersoon, of andere personen, wanneer deze naar het ziekenhuis bellen.

 

  

Nuchter zijn 

Voor sommige behandelingen moet u vooraf nuchter zijn. Meestal betekent dit dat u de dag van de opname vanaf middernacht niet meer mag eten, drinken en roken. U wordt hierover vooraf geïnformeerd. Voor sommige behandelingen geldt dat u enkele weken/dagen van tevoren moet stoppen met het slikken van bepaalde medicijnen (zoals bloedverdunners). Het is daarom belangrijk dat u voor de opname uw behandelend arts informeert over eventueel medicijngebruik. Als u moet stoppen met bepaalde medicijnen, wordt u hier tijdig over geïnformeerd.

   

Wat neemt u mee? 

Wij adviseren u de volgende zaken mee te nemen:

·         Uw ponsplaatje. Als uw ponsplaatje niet meer actueel is, kunt een nieuw plaatje laten maken u bij patiëntenregistratie in de centrale hal. Neem in dat geval een legitimatiebewijs en een bewijs van inschrijving van uw ziektekostenverzekeraar mee;

·         De brochure 'Opnamewijzer';

·         Eventuele dieetlijst;

·         Overzicht van de medicijnen die u thuis gebruikt, verkrijgbaar bij uw apotheek en/of de medicijnen die u thuis gebruikt (liefst hele verpakkingen);

·         Eventuele trombosekaart, afspraakkaart van de polikliniek of andere medische gegevens;

·         Eventuele medische voorgeschiedenis. U kunt een uitdraai hiervan vragen bij uw huisarts.

·         Persoonlijke verzorging: dag- en nachtkleding, kamerjas, pantoffels, sokken, extra ondergoed, badslippers voor de douche en toiletspullen.

U hoeft geen handdoeken of washandjes mee te nemen. Uw kleding wordt niet door het ziekenhuis gewassen;

·         Een boek, schrijfmateriaal, spelletje of ander vermaak;

·         Wat kleingeld;

·         Hulpmiddelen zoals een bril, hoorapparaat, rollator, stok, rolstoel, scootmobiel.

 

Wij adviseren u dringend waardevolle bezittingen (zoals groot geld, andere waardepapieren, sieraden, laptop) thuis te laten. Het ziekenhuis kan geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor vermissing, beschadiging of diefstal van geld, sieraden of andere persoonlijke bezittingen.

 
     

MRSA-bacterie

 

Vraag 1: Bent u de afgelopen drie maanden opgenomen, verpleegd, of behandeld in een ander Nederlands of buitenlands ziekenhuis of verpleeghuis?

 

Vraag 2: Woont u op een bedrijf met varkens of vleeskalveren?

 

Vraag 3: Werkt u met levende varkens of vleeskalveren?

 

Als dit zo is, dan bestaat de kans dat u de MRSA-bacterie bij u draagt.

  

De MRSA-bacterie kan een gevaar vormen voor andere patiënten in het ziekenhuis. Het is daarom belangrijk dat u aan de verpleging doorgeeft, dat u in een ander ziekenhuis opgenomen bent geweest. Hetzelfde geldt als u in uw woon- of werkomgeving in contact komt met varkens en of vleeskalveren. Als dit zo is, bestaat de kans dat u drager bent van de MRSA-bacterie. Er wordt dan gekeken of de MRSA-bacterie bij u aanwezig is. Als dit het geval is, dan wordt u hiervoor indien mogelijk behandeld.

 

Meer informatie over MRSA

Wilt u meer weten over de MRSA-bacterie, dan kunt u vragen naar de brochure ‘MRSA’. U kunt ook de MRSA-film bekijken. In deze film wordt uitgelegd hoe de zorg rondom MRSA-patiënten is geregeld.

   Klik op deze knop om de film te openen (de film opent in Media Player)