Column Frank van de Poel
| |||
|
Frank van de Poel werkt als geestelijk verzorger in ons ziekenhuis. Dit is wat hem zoal bezighoudt. | |||
|
|
Die dag
’s Morgens had niets erop gewezen hoe die dag zou verlopen. Of eigenlijk: niets had er op gewezen hoe dramatisch die dag zou eindigen. Iedereen was gewoon opgestaan, naar het werk gegaan, had zijn dingen gedaan, met collega’s overlegd en grapjes gemaakt. Je staat er niet bij stil, maar pas als alles opeens anders is geworden merk je hoezeer je hecht aan de prettige routine, het veilige ritme van de dag, het gevoel dat je past in het leven en dat het leven bij jou past. ‘s Middags ging het mis, radicaal mis. In de loop van enkele spannende uren werd duidelijk dat er geen houden meer aan was. Iedereen die een bijdrage zou kunnen leveren werd erbij gehaald, alles wat gedaan moest worden werd gedaan; ieder die er op een of andere manier bij betrokken was deed wat hij kon. Uiteindelijk kon niets en niemand het drama tegenhouden: het leek wel of het zich met een ijzeren wetmatigheid voltrok. ’s Avonds was er verdriet, de bitterheid van rouw. Familieleden die leeg en verslagen voor zich uit staarden. Ze deelden met elkaar waar geen mens de goede woorden voor heeft. Ze zwegen, zeiden iets overbodigs, snotterden tegen elkaars schouders, liepen doelloos heen en weer. En ook zij die urenlang alles uit de kast hadden getrokken, hun deskundigheid en menselijke betrokkenheid hadden ingezet, de situatie hadden aangekund, ook zij hadden het te kwaad met hun eigen gevoelens die los kwamen nu er ruimte voor was. Ze grepen papieren doekjes om de tranen te drogen en zeiden troostende woorden tegen elkaar. Werken met aandacht voor mensen kan niet zonder emoties, zo is dat nu eenmaal. Het was al nacht toen ze tenslotte bij elkaar gingen zitten, alles nog eens zorgvuldig doorspraken, naar elkaar luisterden en hoopten dat ze straks thuis snel in slaap zouden vallen. |
||